Alle artikelen

6 min lezen · Bijgewerkt 5 oktober 2026

Uren maken bij School & Omgeving: de 75%-norm en hoe je op koers blijft

Hoe de 75%-norm van School & Omgeving werkt, wat terugbetalen betekent, en hoe je je klokuren over het schooljaar verdeelt zodat je er niet in februari achter komt.

01

De regel in één alinea

Bij de verantwoording mag het aantal daadwerkelijk aangeboden klokuren maximaal 25% afwijken van wat je hebt aangevraagd. Die marge wordt per schooljaar berekend. Heb je 10 klokuren per week aangevraagd, dan moet je per schooljaar minimaal 7,5 klokuur per week hebben gerealiseerd.

Wijk je meer dan 25% af, dan betaal je het deel boven die marge terug. Het voorbeeld van DUS-I: bied je 30% minder uren aan dan aangevraagd, dan betaal je 5% van het subsidiebedrag over dat schooljaar terug. Het gaat dus niet om alles of niets, maar elke week zonder programma telt.

02

Waarom een klokuur in september meer waard is dan in mei

De norm geldt per schooljaar, en een schooljaar heeft ongeveer veertig lesweken. Wie in september nog niets draait, heeft in oktober al 10% van de weken verloren. Dat valt nog in te halen door later per week meer aan te bieden, maar dan loop je tegen de grenzen van rooster, ruimte en aanbieders aan.

Reken daarom niet in uren per week, maar in uren per jaar. Vier klokuren per week over veertig weken is 160 klokuren. Start je in week 8, dan moet je diezelfde 160 uren in 32 weken halen: vijf per week in plaats van vier. Start je in januari, dan zit je al onder de 75% voordat je begonnen bent.

  • ●Aangevraagde uren per week × lesweken = jaarbudget aan uren
  • ●Elke gemiste week verhoogt de uren per week die je daarna nodig hebt
  • ●Na de kerstvakantie is de 75% vrijwel niet meer te halen zonder eerder aanbod

03

Schuiven mag, schrappen niet

Je mag schuiven in de verdeling van uren over de categorieën. Valt een cultuuraanbieder weg, dan mag je die uren met sport of techniek invullen. De resultaatverplichting geldt voor het totale aantal uren, niet per categorie. Dat geeft ruimte om een blok dat niet loopt te vervangen in plaats van te laten vallen.

Activiteiten in de schoolvakanties mogen meetellen, zolang het programma niet uitsluitend in vakanties plaatsvindt. Een vakantieweek met een dagelijks programma kan dus een deel van een achterstand goedmaken. Weekenduren tellen nooit mee.

Clusteren is toegestaan: meerdere activiteiten samen onder één aanbod brengen. Dat was bij de aanvraag al de manier om boven de tien klokuren per week uit te komen, en het blijft een manier om uren overzichtelijk te houden.

04

Wat je per week bijhoudt

Er is geen verantwoordingstool voor deze periode; je houdt het zelf bij. Leg per activiteit vast: datum, begin- en eindtijd, aantal klokuren, categorie, aanbieder en groepen. Doe dat op de dag zelf, niet aan het eind van het blok. Een presentielijst per les is het natuurlijke moment.

Houd daarnaast een lopend totaal bij: gerealiseerde uren tot nu toe tegenover het jaarbudget. Als dat getal elke maand op tafel ligt, zie je een achterstand in oktober in plaats van in april. Het maandelijkse teamoverleg is daar een goede plek voor.

05

Een jaar in vier blokken

De meeste scholen die hun uren halen, werken in blokken van acht tot tien weken, elk met vaste aanbieders op vaste dagdelen. Vier blokken vullen een schooljaar. Blok 1 start in de tweede of derde week van september; blok 4 eindigt vóór de laatste schoolweek.

Per blok leg je vooraf vast hoeveel klokuren het oplevert. Tel de vier blokken op en vergelijk met je jaarbudget. Komt het uit boven 100%, dan heb je marge voor uitval. Komt het uit op precies 100%, dan heb je geen marge. Komt het eronder, dan weet je het nu, niet in mei.