Alle artikelen

7 min lezen · Bijgewerkt 5 oktober 2026

Wat is School & Omgeving? De regeling 2025–2028 in gewone taal

Wat de subsidieregeling School & Omgeving is, voor welke scholen hij bedoeld is, wat je ermee moet doen en wat er aan het eind van je wordt gevraagd.

01

Een programma na de bel, betaald door het Rijk

School & Omgeving is een subsidieregeling van het ministerie van OCW, uitgevoerd door DUS-I. Scholen in wijken met grotere onderwijsachterstanden krijgen geld om buiten de reguliere lestijd een structureel programma aan te bieden: sport, cultuur, techniek, natuur, sociale vaardigheden. Voor álle leerlingen, ongeacht wat er thuis mogelijk is.

Het idee is eenvoudig. Niet ieder kind kan naar een sportclub of muziekles. Als de school dat aanbod zelf organiseert, in of direct na schooltijd, krijgen die kinderen alsnog wat klasgenoten vanzelf krijgen. De regeling voor 2025 tot en met 2028 is de opvolger van de ronde 2023–2025.

De school kiest zelf welke activiteiten er komen, met wie ze samenwerkt en hoe het rooster eruitziet. Wat vastligt is het aantal uren per week dat je hebt aangevraagd, de categorieën waarin je dat aanbiedt, en de verplichting om aan het eind te laten zien wat je hebt gedaan.

02

Voor welke scholen

De regeling richt zich op vestigingen met een hoge achterstandsscore. Die score berekent het CBS per schoolvestiging op basis van kenmerken van de leerlingpopulatie. Scholen die op de lijst staan konden in het aanvraagvenster een aanvraag doen; de laatste ronde liep van 25 augustus tot 15 september 2026.

Scholen werken binnen de regeling samen in een lokale coalitie, meestal met de gemeente en lokale partners. Eén partij is regievoerder en levert namens de coalitie het kwaliteitsrapport aan. De vestiging zelf blijft verantwoordelijk voor haar eigen uren en eindverslag.

Het budget voor 2025–2028 is inmiddels verdeeld. Tijdens de looptijd kun je geen extra uren meer aanvragen. Wat je hebt toegekend gekregen, is wat je hebt.

03

Wat je hebt aangevraagd, moet je ook aanbieden

In de aanvraag staat een aantal klokuren per week, verdeeld over categorieën. Dat aantal is leidend. Je mag schuiven tussen categorieën: de resultaatverplichting geldt voor het totaal, niet per categorie. Meer dan tien klokuren per week aanvragen kon niet; wie meer aanbiedt, clustert activiteiten.

Per schooljaar moet je minimaal 75% van de aangevraagde uren realiseren. Wijk je meer dan 25% af, dan betaal je het deel boven die marge terug. Dat maakt plannen in september belangrijker dan het aan het begin lijkt: een blok dat pas in februari start, is een blok aan uren dat je niet meer inhaalt.

De activiteiten mogen onder schooltijd plaatsvinden, zolang ze geen wettelijke onderwijstijd vervangen. Een uur telt óf als onderwijstijd óf als buitenschools aanbod, nooit als beide. Weekendactiviteiten zijn uitgesloten; activiteiten in schoolvakanties mogen, maar niet uitsluitend daar.

  • ●Aangevraagde klokuren per week zijn leidend, schuiven tussen categorieën mag
  • ●Minimaal 75% van de uren per schooljaar realiseren
  • ●Niet in het weekend, niet alleen in vakanties, niet in plaats van onderwijstijd

04

Hoeveel geld het is

Het bedrag volgt een vaste formule: het aantal deelnemende leerlingen maal het aantal klokuren per week maal €264, per schooljaar. Een vestiging met 120 deelnemende leerlingen en 4 klokuren per week krijgt dus 120 × 4 × €264 = €126.720 per schooljaar.

Kleine vestigingen met 150 leerlingen of minder krijgen een toeslag: (150 − aangevraagde leerlingen) × klokuren per week × €52,80 per schooljaar. Voor scholen uit de ronde van 2026 loopt de activiteitenperiode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2028.

Het geld is bedoeld voor het programma zelf: aanbieders, materialen binnen redelijke grenzen, een projectleider, binnenlandse excursies als onderdeel van het structurele aanbod, en professionalisering van de mensen die de activiteiten geven. Niet voor activiteiten voor ouders, lidmaatschappen bij verenigingen of de normale inrichting van de school.

05

Wat er aan het eind van je wordt gevraagd

Anders dan in de vorige ronde is er voor 2025–2028 geen verantwoordingstool. Je houdt zelf bij hoeveel uren je realiseert. Aan het einde van de periode geeft de vestiging het aantal gerealiseerde klokuren door aan DUS-I in een eindverslag, met een inhoudelijke reflectie op wat er is uitgevoerd.

Daarnaast levert de regievoerder van de coalitie uiterlijk 1 november 2028 een kwaliteitsrapport aan, opgebouwd rond negen verplichte vragen over visie, samenwerking, veiligheid en evaluatie. De school hoeft niet bij te houden hoeveel leerlingen uiteindelijk meedoen, maar moet wel kunnen laten zien dat ze zich heeft ingespannen om het opgegeven aantal te bereiken: een poster, een brochure of een inschrijfformulier volstaat.

Wat je dus in elk geval bijhoudt: welke activiteit, op welke datum, hoeveel klokuren, in welke categorie, door welke aanbieder. Wie dat per activiteit vastlegt, heeft aan het eind geen reconstructie nodig.

06

Waar het in de praktijk vastloopt

De aanvraag is meestal niet het probleem. Het programma vullen wel: aanbieders vinden die veertig weken kunnen leveren, een rooster dat past bij de groepen, ouders die hun kind inschrijven, en een administratie die klopt als DUS-I ernaar vraagt.

Veel scholen merken in het voorjaar dat ze achterlopen op hun uren. Dan is het aanbod vol, de planning krap en de 75%-norm ineens dichtbij. Wie in de eerste weken van het schooljaar het hele jaar in blokken zet, met per blok vaste aanbieders en vaste dagdelen, voorkomt dat.